4 Taal en lay-out

4.1 Taal

  • Manuscripten dienen gesteld te zijn in het Nederlands. Er worden geen bijdragen in een vreemde taal opgenomen;
  • Manuscripten dienen wat betreft de spelling te worden uitgevoerd volgens de Woordenlijst Nederlandse Taal uit 2005 (het zogenaamde Groene Boekje).
  • Er worden zo min mogelijk afkortingen gebruikt.

4.2 Lay-out

  • Het manuscript wordt aangeleverd in Word.
  • Het gehele manuscript dient in Times New Roman te worden uitgevoerd (dus geen afwijkend lettertype voor bijv. de titel of de paragraafkopjes) met lettergrootte 11 pts. Dit geldt niet voor tabellen en figuren; deze worden gezet in Arial. Zie aldaar.
  • Manuscripten dienen te worden aangeleverd met anderhalve regelafstand.
  • Alle marges zijn ingesteld op 2,5 cm.
  • De tekst dient links te worden uitgelijnd.
  • Alle pagina’s worden doorlopend genummerd (dus inclusief de pagina's met Noten, Referenties, Tabellen, Figuren, etc.).
  • Een duidelijke alinea-indeling wordt aangegeven door bij de eerste regel van een nieuwe alinea in te springen. (Bij de eerste alinea van een paragraaf wordt niet ingesprongen. Ook na opsommingen en na figuren of tabellen wordt niet ingesprongen). Inspring instellen op 0.5 cm.
  • Er worden alleen witregels in de kopij geplaatst als die ook in de gezette tekst gewenst zijn. Witregels worden zoveel mogelijk vermeden.
  • Voor titel, paragraafkopjes, auteursnamen, etc. worden geen hoofdletters gebruikt (alleen een beginkapitaal).
  • Titels en subtitels worden tegen de linkermarge geplaatst, dus niet gecentreerd. Idem voor deAuteursnaam/namen.
  • Woorden of tekstgedeelten die extra aandacht behoeven, worden gecursiveerd.
  • Aanhalingstekens (" ... ") worden alleen gebruikt bij citaten en bij titels van o.a. boeken, tijdschriften en cd-roms die in de tekst van het artikel voorkomen.
  • Enkele aanhalingstekens worden alleen gebruikt bij 1) een woord in zelfnoemfunctie, 2) zelfgemaakte woorden, 3) de ‘zogenaamd’-functie, 4) ironie of woordspeling, en 5) overdrachtelijk bedoelde woorden of begrippen.
  • Het gebruik van anderstalige woorden dient zo veel mogelijk te worden vermeden. Als ze toch gebruikt worden, dan worden ze gecursiveerd.
  • Namen van toetsen, vragenlijsten, gebieden of sectoren (ook anderstalige namen) worden met een beginkapitaal geschreven. Verder wordt de oorspronkelijke spelling overgenomen.
  • Namen van variabelen, concepten, aspecten, factoren etc. worden cursief gedrukt, tenzij de bepaling ervoor staat. Een uitzondering is het woord variabele: ook dan wordt de betreffende variabele cursief opgemaakt.
  • Getallen kleiner dan 10 worden voluit geschreven, tenzij de context cijfers rechtvaardigt (bijvoorbeeld in vergelijkingen of sommen).
  • Statistische symbolen, ook de Griekse, worden zowel in de tabellen als in de tekst cursief gezet (N; n; F; R2; M; SD; β; etc.).

4.3 Tot slot

Alvorens het manuscript te verzenden, dient te auteur:

  • na te gaan of het manuscript als geheel is uitgevoerd volgens de richtlijnen die met betrekking tot inhoud, omvang, indeling, spelling en lay-out zijn gegeven.
  • te controleren of alle in de tekst genoemde literatuurverwijzingen in de literatuurlijst zijn opgenomen en of de jaartallen in de tekst en in de literatuurlijst met elkaar overeenstemmen.
Zoek in deze website
  

Vacatures