3 Technische richtlijnen voor alle typen bijdragen

In het algemeen geldt dat wordt gewerkt volgens de richtlijnen van de American Psychological Association (APA). Deze richtlijnen zijn te vinden in American Psychological Association (2009). Publication manual of the American Psychological Association (6th ed.). Washington, DC: American Psychological Association. Op http://www.psychwww.com/resource/apacrib.htm zijn verschillende links naar websites over de APA-stijl te vinden.

In een voor Pedagogische Studiën aan te leveren manuscript voor een artikel dienen de volgende onderdelen (in deze volgorde) voor te komen:

  1. Een afzonderlijke titelpagina waarop vermeld staat: titel, auteursnamen , gegevens over de auteur(s) en contactgegevens;

    De daaropvolgende hoofdtekst bevat:
  2. Titel
  3. Nederlandstalige samenvatting
  4. Het artikel zelf
  5. (Eventueel) noten
  6. Literatuurlijst
  7. Engelstalige titel en samenvatting

    Apart dienen te worden aangeleverd:
  8. (Eventueel) appendices
  9. (Eventueel) tabellen
  10. (Eventueel) figuren

Deze onderdelen worden achtereenvolgens nader toegelicht.

N.B. In het kader van anonieme beoordeling dienen auteurs twee versies van het manuscript aan te leveren, waarvan één versie ontdaan moet zijn van alle verwijzingen en namen van de auteurs.

3.1 Titelblad

Titel
De titel moet in verband met de bibliografische functie van het blad de inhoud weergeven (dus geen metaforen of aforismen). Het verdient aanbeveling de titel tot 12 à 15 woorden te beperken. Eventueel kan een ondertitel worden toegevoegd. Een toelichting op de titel kan worden weergegeven door middel van een noot. De auteur kan op deze wijze de eventuele subsidiënt vermelden van het onderzoek waarover in het artikel wordt gerapporteerd.

Auteursnaam
De auteursnaam wordt samen met de titel op de eerste pagina vermeld. Bij de auteursnaam worden geen titel(s) vermeld; de voornaam(namen) wordt slechts met initialen weergegeven. Eventuele dankbetuigingen aan anderen dienen te worden weergegeven door middel van een noot. Indien sprake is van meer dan één auteur worden de namen van de auteurs gescheiden door komma’s, de laatste auteur wordt voorafgegaan door en.

Auteurs- en contactgegevens
Dit betreft vermelding van de naam, functie en instituut of organisatie waar de auteur thans werkzaam is, alsmede het post- en emailadres. In geval van meerdere auteurs, worden alle bovenstaande gegevens alleen van de contactpersoon vermeld. Van de medeauteurs wordt dan slechts vermeld waar zij werkzaam zijn.

3.2 Titel

De titel wordt na twee witregels gevolgd door de Nederlandstalige samenvatting.

3.3 Nederlandstalige samenvatting

De samenvatting is een summiere schets van de inhoud, opzet en resultaten of conclusies van het artikel. De samenvatting moet zelfstandig leesbaar en volledig begrijpelijk zijn zonder verwijzingen naar het artikel. Informatie of conclusies die niet in het artikel zelf opgenomen zijn, mogen niet in de samenvatting voorkomen. Een samenvatting mag niet meer dan 200 woorden omvatten.

Een samenvatting van een onderzoeksverslag moet in ieder geval aanduidingen van de probleemstelling, methode, resultaten en conclusies bevatten. Tevens moeten de onderzochte groep, de onderzoeksopzet, de gebruikte meetinstrumenten, de dataverzamelingsprocedures zo nauwkeurig mogelijk aangegeven worden, rekening houdend met hun relatieve belang voor het onderzoek en met de maximaal toegestane lengte.

Een samenvatting van een discussiebijdrage moet de behandelde onderwerpen aangeven, alsmede de centrale vraagstellingen, de theoretische oriëntatie, de gebruikte bronnen (bijv. de beleidsstukken, persoonlijke waarneming, publicaties of eerder onderzoek) en de conclusies.

3.4 Hoofdtekst

Indeling in en nummering van paragrafen
De auteur deelt het artikel in paragrafen in. Paragrafen en subparagrafen worden voorzien van een (Arabisch) cijfer. Bij de onderverdeling gaat men bij voorkeur niet verder dan een indeling in twee cijfers, bijv. 1 en 1.1. Bij een eventuele verdere onderverdeling in derde niveau wordt subsubparagrafen voorzien van een gecursiveerde titel. De eventuele inleiding wordt ook van een paragraafnummer voorzien. Bij voorbeeld:

1 Inleiding
2 Theoretisch kader
3 Methode
3.1 Proefpersonen
3.2 Operationalisatie van de variabelen
Criteriumvariabelen
Etc.

Literatuurverwijzingen
Literatuurverwijzingen vinden in de tekst zelf plaats (dus nooit als noten) door vermelding van de auteursnaam met het jaartal van de betreffende publicatie (de zogenaamde author/date method). Hierbij wordt uitgegaan van de richtlijnen van de American Psychological Association (APA).
Bijvoorbeeld:

  • Shavelson (1987) maakte een overzicht.........
  • In een recent overzicht (Shavelson, 1987)...

Zijn er twee auteurs, dan vindt verwijzing op de volgende wijze plaats:

  • Snow en Yallow (1982) laten zien dat .........
  • Zoals reeds eerder aangetoond (Snow & Yallow, 1982)....

Let op: staan de auteursnamen tussen haakjes, dan wordt en vervangen door &.

Kent het werk meer dan twee auteurs, dan worden alleen de eerste keer alle auteurs genoemd:

  • Snow, Yallow en Shavelson (1982) laten zien dat ….
  • Zoals reeds eerder aangetoond (Snow, Yallow, & Shavelson, 1982)

Let op: staan de auteursnamen tussen haakjes, dan volgt voor &een komma. Bij herhaling wordt alleen de eerste auteur vermeld, gevolgd door et al. In de lopende tekst wordt altijd verwezen door e.a.(dus niet door et al.):

  • Zoals reeds eerder aangetoond (Snow et al., 1982)
  • Snow e.a. (1982) hebben aangetoond ….

Heeft een publicatie zes of meer auteurs, vermeld dan in de tekst (ook de eerste maal):

  • (Snow et al., 1982)
  • Snow e.a. (1982)

Wordt in het artikel verwezen naar meerdere publicaties van een auteur van hetzelfde jaar, dan worden de verwijzingen onderscheiden met de letters: a, b, c, etc. Bijvoorbeeld:

  • Pressley (1994a, 1994b).

Let op: de jaartallen worden gescheiden door een komma.

In geval van een citaat wordt achter het jaartal ook de pagina vermeld waar het citaat terug te vinden is. Bijvoorbeeld:

  • Shavelson (1987, p. 35) omschrijft dit als volgt:

Wordt in het artikel op een bepaald punt verwezen naar het werk van verschillende auteurs dan worden deze van elkaar gescheiden met behulp van een punt-komma. De opsomming gebeurt in eerste instantie alfabetisch en vervolgens indien noodzakelijk naar jaartal, van oud naar nieuw. Bijvoorbeeld:

  • In recente overzichten (Shavelson, 1982; Shavelson, 1989; Snow & Yallow, 1987; Snow, Yallow, & Shavelson, 2000)”

In het kader van de anonieme beoordeling dienen als zodanig herkenbare verwijzingen naar het eigen werk in de tekst en uit de referenties worden verwijderd. Bij de definitieve acceptatie dienen deze weer ingevoegd de worden.

3.5 Noten

Het gebruik van noten wordt zoveel mogelijk vermeden. Noten worden enkel gebruikt om kort, voor de opbouw van het betoog niet direct ter zake doende informatie, te verstrekken. Noten worden in het manuscript in superscript met Arabische cijfers aangeduid. Bijvoorbeeld: ......1. De eventuele lijst met noten komt in het manuscript na het artikel en voor de literatuurlijst. Gelieve geen voetnoten in te voegen via de voet- of eindnootoptie in Word, maar deze met de bijbehorende nummers aan het einde van het document in te voegen als gewone tekst.

3.6 Literatuurlijst

De literatuurlijst dient alfabetisch gerangschikt te zijn op achternaam van de auteur. De wijze van uitvoering (overeenkomstig de voornoemde APA-richtlijnen) kan worden afgelezen uit de volgende voorbeelden (met het gebruik van cursivering in plaats van de door APA voorgeschreven onderstreping).

Boek
Auteur, P. A., Auteur, S. B., & Auteur, T. C. (jaartal). Titel van het boek. Plaatsnaam, staat of land: Uitgever.

NB.:

  • Komma na auteursnaam
  • Punt na voorletter
  • Spatie tussen voorletters
  • Altijd komma tussen auteurs (ook voor -&- !)
  • Geen komma tussen laatste voorletter en jaartal
  • Punt na jaartal
  • Titel boek cursief
  • Punt na titel
  • bij onbekende plaatsen in de VS, en niet-hoofdsteden buiten de VS staat respectievelijk land aangeven

Voorbeelden:

American Psychological Association. (2001). Publication manual of the American Psychological Association (5th ed.). Washington, DC: American Psychological Association
Groot, A. D. de. (1970). Methodologie. ’s-Gravenhage, Nederland: Mouton.
Inspectie van het Onderwijs. (2001). ICT-Monitor 2000-2001. Zoetermeer, Nederland: Inspectie van het Onderwijs.
Strunk, W., & White, E. B. (1979). The elements of style. New York: Macmillan.

Let op:

  • Punt voor het jaartal. Deze punt wordt toegevoegd na namen van instanties, of na de voorvoegsels van Nederlandse of Vlaamse achternamen.
  • Bij een boek dat in tweede of latere druk verschenen is, dan wordt dit direct na de titel vermeld, tussen ronde haken. Bij een Nederlandstalig boek wordt gebruikt: (5e druk).
  • Dissertatie (handelseditie zoals boek
    Auteur, P. A. (jaartal). Titel van het boek. Dissertatie. Naam en Plaats Universiteit.

    NB.:
    Punt na de aanduiding 'dissertatie'

    Voorbeeld:

    Schaaf, M. F. van der. (2005). Construct validation of teacher portfolio assessment. Procedures for improving teacher competence assessment illustrated by teaching students research skills. Dissertatie. Universiteit Utrecht, Utrecht, Nederland.

    Let op:

    • punt voor het jaartal. Deze punt wordt toegevoegd na namen van instanties, of na de voorvoegsels van Nederlandse of Vlaamse achternamen.

    Geredigeerd boek
    Auteur, P. A., Auteur, S. B., & Auteur, T. C. (Eds.). (jaartal). Titel van het boek. Plaatsnaam, staat of land: Uitgever.

    NB.:

    • Punt tussen (Eds.) en (jaartal)
    • Punt achter 'Eds'
    • bij onbekende plaatsen in de VS, en niet-hoofdsteden buiten de VS staat respectievelijk land aangeven

    Voorbeeld:

    Gibbs, J. T., & Huang, L. N. (Eds.). (1991). Children of color: Psychological interventions with minority youth. San Francisco: Jossey-Bass.

    Let op:

    • Vermeld bij Nederlandstalige boeken ‘red’ (kleine letter, ongeacht het aantal redacteuren), en bij Engelstalige boeken ‘Ed’ (bij 1 redacteur) of ‘Eds’ (bij 2 of meer redacteurs).

    Hoofdstuk of artikel in boek
    Auteur, P., Auteur, S., & Auteur, T. (jaartal). Titel van het hoofdstuk. In P.L. Redacteur, Q.M. Redacteur, & R.N. Redacteur (red.), Titel van het boek (pp. nummer-nummer). Plaatsnaam, land of staat: Uitgever.

    NB.

    • Geen leesteken na 'In'
    • Voorletters redacteur(en) vóór de achternaam
    • Geen spaties tussen de initialen
    • Geen leestekens na titel van het boek
    • Alleen een punt na 'pp'
    • Punt na '(pp. nummer-nummer)'
    • bij onbekende plaatsen in de VS, en niet-hoofdsteden buiten de VS staat respectievelijk land aangeven
    Voorbeelden:

    Baaijens, C., & Fouarge, D. (2005). Arbeidsduur: wensen en realisaties. In C. Baaijens, P. Ester & J. Schippers (red.), De toekomst van arbeidstijden (pp. 31-45). Amsterdam: Dutch University Press.
    Gurman, A. S., & Kniskern, D. P. (1981). Family therapy outcome research. In A.S. Gurman, H.Ritzel & D. P. Kniskern (Eds.), Handbook of family therapy (pp. 742-772). New York: Brunner.
    Medley, D. R., & Ritzel, H. (1963). Measuring classroom behavior by systematic observation. In N.L. Gage (Ed.), Handbook of research on teaching (pp. 75-98). Chicago: Rand McNally.
    Messick, S. (1989). Validity. In R.L. Linn (Ed.), Educational measurement (3rd ed.) (pp. 13 - 103). New York: Macmillan.
    Pula, J. J., & Huot, B. A. (1993). A model of background influences on holistic raters. In M.M. Williamson & B.A. Huot (Eds.), Validating holistic scoring for writing assessment. Theoretical and empirical foundations (pp. 237-265). Cresshill, NJ: Hampton Press.
    Shulman, L. S. (1986). Paradigms and research programs in the study of teaching: a contemporary perspective. In M. C. Wittrock (Ed.), Handbook of research on teaching (3rd ed.) (pp. 3-36). New York: Macmillan.

    Let op:

    • bij twee editors geen komma tussen de namen, bij twee of meer worden de laatste twee namen
      gescheiden door & (zonder komma).
    • Vermeld bij Nederlandstalige boeken ‘red’ (kleine letter, ongeacht het aantal redacteuren), en
      bij Engelstalige boeken ‘Ed’ (bij 1 redactieur) of ‘Eds’ (bij 2 of meer redacteurs).

    Tijdschriftartikel
    Auteur, P. A., Auteur, S. B., & Auteur, T. C. (jaartal). Titel van het artikel. Naam van het tijdschrift, jaargang, pagina-pagina.

    NB.:

    • Komma na naam tijdschrift
    • Naam tijdschrift én jaargang én de daaropvolgende komma cursief
    • Nummer van het tijdschrift alleen weergeven als nummers niet doornummeren
    • Titel van het artikel met beginkapitaal.

    Voorbeelden:

    Bos, K. P. van den. (2003). De relatie tussen lees- en benoemsnelheid bij leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Pedagogische Studiën, 80, 288-308.
    Becker, J. L., & Seligman, C. (1981). Welcome to the energy crisis. Journal of Social Issues, 37(2), 1-7.
    Kernis, M. H., Cornell, D. P., Sun, C. R., Berry, A., & Harlow, T. 1993). There’s more to self-esteem than whether it is high or low: The importance of stability of self-esteem. Journal of Personality and Social Psychology, 65, 1190-1204.

    Let op:

    • Enkel indien de paginanummering bij elk nieuw nummer vanaf 1 begint, dient na de jaargang ook het nummer tussen haakjes vermeld te worden.
    • Titel en ondertitel van het manuscript worden met een hoofdletter geschreven; bij Nederlandstalige artikelen begint de ondertitel met een kleine letter.
    • De namen van tijdschriften dienen volledig, zonder afkortingen te worden vermeld met alle daarin voorkomende hoofdletters.
    • Bij meer dan zes auteurs wordt na de zesde auteur plus initialen volstaan met ‘et al’.voor de aanduiding van de overige auteurs.

    Paper
    Bakkenes, I., Vermunt, J., & Wubbels, T. (2004, juni). Leren van docenten in de beroepspraktijk vanuit een theoretisch perspectief. Paper gepresenteerd op de Onderwijs Research Dagen, Utrecht, Nederland.
    Greene, M., & Dravland, V. (1979, April). Relationships between success in an education program and succes in the teaching profession. Paper gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Educational Research Association, San Francisco.

    Let op:

    • Er wordt in het Nederlands verwezen naar de conferentie waar de paper is gepresenteerd.

    Krantenartikel
    Voorbeelden:

    Havelaar, R. (2006, 13 december). Student leert minder uren omdat hij werkt. De Volkskrant, p. 13.
    Sullivan, J. (2006, April 10). University computers hacked. The New York Times, p. B4.

    Artikel in online tijdschrift (exacte kopie)
    Voorbeeld:

    VandenBos, G., Knapp, S., & Doe, J. (2001). Role of reference elements in the selection of resources by psychology undergraduates [Elektronische versie]. Journal of Bibliographic Research, 5, 117-123.

    Let op:

    • Bedoeld worden artikelen waarbij geen wijzigingen in de lay-out zijn aangebracht, en waaraan geen informatie is toegevoegd. Een beschrijving van het tijdschriftartikel, met achter de titel de toevoeging ‘[Elektronische versie]’ volstaat.

    Artikel in online tijdschrift (overig)
    Voorbeeld:

    VandenBos, G., Knapp, S., & Doe, J. (2001). Role of reference elements in the selection of resources by psychology undergraduates. Journal of Bibliographic Research, 5, 117-123. Opgehaald op 13
    oktober 2001, van http://jbr.org/articles.html.

    Let op:

    • Voeg aan de beschrijving toe: de datum waarop het artikel geraadpleegd is, en de URL.

    Zelfstandige elektronische publicatie op het internet

    Voorbeelden:
    Suler, J. (1999). The psychology of cyberspace. Opgehaald op 7 januari 2000, van http://www.rider.edu/users/suler/psycyber/psycyber.html.

    GVU’s 8th WWW user survey. (z.j.) Opgehaald op 8 augustus 2000, van http://www.cc.gatech.edu/gvu/usersurveys/survey1997-10/.

    Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. (2003). Een onderzoek naar de kosten van kinderen in grote gezinnen. Opgehaald op 22 mei 2006, van http://www.nibud.nl/docs/grotgezi.pdf

    Let op:

    • De titel van het document wordt gecursiveerd.
    • Bij documenten zonder auteur begint de beschrijving met de titel.
    • Indien het publicatiejaar niet bekend is, gebruik je de vermelding (z.j.). Dit staat voor ‘zonder jaar’

    3.7 Engelstalige abstract plus titel

    Het Engelstalige abstract omvat maximaal 150 woorden. In Pedagogische Studiën wordt dit abstract aan het eind van het artikel geplaatst. Alle eisen die aan de Nederlandstalige samenvatting worden gesteld gelden ook voor het Engelstalige abstract. Omdat het abstract evenals de Engelstalige vertaling van de titel, gebruikt wordt door Psychological Abstracts, Current Contents, e.d. voor het snel beschikbaar maken van wetenschappelijke informatie (bijv. via geautomatiseerd literatuuronderzoek) dient aan dit abstract de grootst mogelijke zorg te worden besteed, zowel wat betreft de opbouw als wat betreft de kwaliteit van het Engels. Het verdient aanbeveling voor de vertaling van vaktermen een gangbare thesaurus (bijv. ERIC of EUDISED) te raadplegen, omdat vaak met vaste trefwoorden (descriptoren) gewerkt wordt bij de opslag van bibliografische informatie in computerbestanden. Het abstract dient te worden voorzien van een Engelse titel. Zowel abstract als titel dienen qua betekenis zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de Nederlandse samenvatting en titel.

    3.8 Appendices

    Van appendices wordt slechts bij uitzondering gebruik gemaakt. Zij dienen om informatie weer te geven die te uitgebreid is voor een noot en van dien aard is dat opname in de tekst van het artikel de evenwichtige opbouw van het artikel te zeer zou verstoren. Te denken valt bijvoorbeeld aan (een gedeelte van) een onderzoeksinstrument. De appendix wordt na de Engelstalige abstract geplaatst.

    3.9 Tabellen

    Tabellen dienen op afzonderlijke bladen te worden bijgevoegd (één tabel per blad). Zij worden voorzien van een titel en een volgnummer, ook indien slechts één tabel in het artikel wordt opgenomen. Volgnummer en titel worden in Arial 8 pts. gezet en op de volgende wijze boven de tabel geplaatst (let op cursivering):

    Tabel1

    Tabellen mogen maximaal 6 of 12 cm breed zijn. De hoogte mag maximaal 20,5 cm bedragen. Tabellen moeten gemaakt zijn met de tabeloptie in Word en niet zijn samengesteld uit tabstops. Het lettertype voor tabellen is Arial 7 pts. De gestelde afmetingen voor tabellen zijn gebaseerd op tabellen met de voornoemde lettergrootte. Gebruik in de tabellen regelafstand Multiple 1,2. Eventuele toelichtingen op gegevens uit de tabel worden aangegeven zoals in het voorbeeld.
    In de tekst wordt het woord “Tabel”, indien gevolgd door het nummer, steeds voluit en met beginkapitaal geschreven (Dus: “Zoals in Tabel 2 aangegeven...” Maar: “In deze tabel…”). Tevens dient in de tekst te worden aangegeven waar een tabel geplaatst moet worden. Dit geschiedt als volgt: (hier ongeveer Tabel 1 plaatsen). Dit ongeveer heeft betrekking op het feit dat om druktechnische redenen de tabel veelal op een enigszins afwijkende plaats moet worden afgedrukt. Daarom vermijdt men ook in de tekst verwijzingen als: “In onderstaande tabel…”, of: “In de nu volgende tabel…”. Goed zijn verwijzingen als: “In Tabel 1 wordt weergegeven...”

    Let op:

    • Geen punt na de titel;
    • Na de titel volgen 2 harde returns;
    • Voor decimalen wordt als scheidingsteken een punt gebruikt; voor duizendtallen een komma;
    • Statistics worden schuingedrukt;
    • Gebruik liever geen verticale lijnen en zo min mogelijk horizontale lijnen, en
    • Maximale breedte 6 cm of 12 cm.

    3.10 Figuren

    Figuren dienen eveneens op afzonderlijke bladen te worden bijgevoegd (slechts één figuur per blad). Zij worden voorzien van een volgnummer en titel, ook indien slechts één figuur wordt opgenomen. Volgnummer en titel worden gezet in Arial 8 pts. en worden op de volgende wijze onder de figuur geplaatst. Bijvoorbeeld (let op cursivering):

    Figuren (grafieken, conceptuele schema's, diagrammen…) dienen bij voorkeur via daartoe bestemde illustratieprogramma's (bij voorkeur PowerPoint) te worden gemaakt. De breedte van de figuren is maximaal 6 cm of 12 cm. De auteur dient voldoende dikke lijnen te hanteren bij het tekenen van figuren (minimaal 0.5 pt). De auteur dient hoe dan ook voor een goede geprinte versie van alle figuren te zorgen, waarvan de drukker zonodig kan uitgaan indien de elektronische versie om de een of andere reden problemen oplevert. Tekeningen en schema's worden steeds als “Figuur” (en dus niet als tabel) aangeduid.

    In het manuscript moet worden aangegeven waar de figuur in de tekst moet worden geplaatst. Dit geschiedt aldus: (hier ongeveer Figuur 1). (Zie ook de opmerkingen over de plaatsing en verwijzing naar tabellen bij ad 3.10: Tabellen).

    Let op:

    • De titel wordt gevolgd door een punt, en
    • Maximale breedte 6 cm of 12 cm.

    3.11 Sjabloon opmaak

    Auteurs worden verzocht om dit sjabloon te gebruiken bij het indienen van hun manuscript.

    Zoek in deze website
      

    Vacatures